Git installeren

Hieronder gaan we dieper in op de installatieprocedure van Git. Eerst dient de Git installer gedownload te worden vanaf hier. Download de laatste versie van Git voor jouw OS. Deze zal normaal de juiste installatie voorstellen, maar mocht deze niet kloppen, kan je altijd jouw OS aanduiden. Op het moment van schrijven is de laatste versie 2.34.1. Het kan dus geen kwaad dat jij met een nieuwere versie werkt.

Van zodra de installer gedownload is, voer je deze uit. Hierbij zullen een aantal vragen gesteld worden. In de meeste gevallen mag je deze op de default invulling laten staan. Hieronder geven wij een lijst van instelling die je beter wel kan aanpassen.

De eerste instelling die we willen aanhalen is er niet direct een die je beter kan aanpassen, maar waar je best zelf beslist of je deze instelling wilt aanpassen of niet. Dit is het instellen van de initiële branch.

Hoewel we het nog niet gehad hebben over branches, werkt Git altijd in een branch. Zie een branch als een editor van een bepaalde file. Wij kunnen namelijk dezelfde file meerdere malen tegelijk editen en dit los van elkaar. Meer daarover later, maar er dient altijd één initiële branch te zijn. Hierop staan de laatste afgewerkte wijzigingen. Deze initiële branch noemt momenteel standaard ‘master’, aangezien er vroeger gesproken werd over ‘master’ en ‘slave’ branches. Dit gaat echter veranderen in de toekomst. Hier krijg je de keuze om de default door Git te laten bepalen (die door de tijd heen kan veranderen) of zelf een naam in te stellen. Wat je hier kiest mag je volledig zelf bepalen, naast ‘master’ is ‘main’ een andere veel gebruikte naam.

De volgende instelling waar ik het over wil hebben, is de configuratie van de line ending conversion. Niet omdat deze dient aangepast te worden, maar omdat ik deze te belangrijk vind om het er niet over te hebben. Dit heeft alles te maken met karakters en project die over verschillende platformen gebruikt worden. Namelijk één karakter specifiek, namelijk de line ening. Er bestaan twee belangrijke soorten line ending karakters, namelijk CRLF en LF. CRLF is de het line ending karakter dat gebruikt wordt door Windows. Voor een Unix platform is het onmogelijk dit karakter correct in te lezen. Indien je een project met dit karakter zou doorsturen naar een Unix computer zou deze dus niets kunnen doen met deze file. Unix maakt namelijk gebruik van het LF karakter. Gelukkig voor ons is dit laatste karakter wel inleesbaar door Windows. Daarom bied Git aan alle CRLF karakters om te zetten naar LF karakters bij het maken van een versie. Om die reden is het aangeraden om een van de bovenste twee keuzes aan te duiden (voor de installatie van Git op een Unix platform wordt enkel de middelste optie aangeraden).

De volgende instelling waar we het over gaan hebben is het effect van het commando ‘git pull’. Indien je dit commando niet kent, raad ik aan om de instelling hier te veranderen naar ‘Only ever fast-forward’. Deze instelling zal immers een fout geven indien hij zijn normale gang niet kan gaan in tegen stelling tot de standaard instelling, die een ‘merge’ zal uitvoeren.

Werk de installer verder af en finish de installatie. Hierbij dient er niets opgestart te worden.

Om te kijken of de installatie gelukt is, open je een terminal en geef je daar het commando ‘git –version’ in. Indien je de versie terugkrijgt, weet je dat de installatie gelukt is. Een voorbeeld hiervan:

Het laatste dat we nu hoeven te doen is een naam en e-mail in te stellen. Git stelt ons namelijk in staat om met meerdere mensen aan het zelfde project te werken. Daarom dient er ook een beveiliging ingebouwd te worden, zodat je kan zien wie welke wijziging heeft aangebracht. Dit kan door een naam en email in te stellen. Dit doen we door volgend commando in een terminal uit te voeren:

git config --global user.name "YourName"
git config --global user.email "YourMail"

Hoewel de naam en het mail adres niet gebruikt wordt om ergens in te loggen, maar gewoon bij te houden wie welke wijzigingen heeft aangebracht, kan het handig zijn de naam en het e-mail adres dezelfde te maken als jouw online repository, waar we het later over zullen hebben. Je kan deze gegevens ten allen tijde wijzigen met bovenstaande commando’s.

Verder gebruiken wij de –global optie. Deze optie stelt ons in staat de gegevens in te stellen voor onze volledige computer. Mocht dit niet het geval zijn, zouden we deze gegevens moeten instellen voor elk Git project.

Indien je wilt kijken of jouw gegevens correct zijn ingevuld, kan je dit altijd doen met onderstaand commando:

git config --global --list

Als resultaat krijg je hier een overzicht van alle ingestelde configuratie.

Nu we Git succesvol hebben geïnstalleerd, zullen we verder kijken hoe we Git nu ook kunnen gebruiken.