Feiten vs. interpretaties


  • Bevatten voorbeelden ​
  • Bevatten cijfers, data,…​
  • Specifiek: nu, dit,…​
  • Concreet​
  • Zintuigen: horen en zien 
  • Bevatten eigenschappen ​
  • Bevatten conclusies ​
  • Algemeen: altijd, nooit,…​
  • Vaag ​
  • Gedachten: vinden, denken,… 

“Ik heb de afgelopen 2 vergaderingen 10 minuten op je gewacht vooraleer te kunnen starten.”